Bevindingen van bosecoloog Jan ten Hoopen

Ik ben gisteren even door een deel van het gebied gelopen, had helaas maar heel kort tijd. Hierbij wat opmerkingen.

Ik zie in het rapport niet echt een goede ecologische onderbouwing dat de voorgenomen ontwikkelingen een ecologische meerwaarde opleveren en/of geen negatieve effecten zullen hebben op soorten in het plangebied of aangrenzende gebieden of het ecologische functioneren. Het argument dat het overblijvende bos 'natuurlijker' zal worden vind ik niet overtuigend. Dat het compensatiebos op een open plek in dit gebied wordt geplaatst (ook al zijn daar recent kerstbomen gekweekt) vind ik ook twijfelachtig. De argumentatie zou ik als volgt samenvatten: wat er is, is niet natuurlijk, wat er komt is natuurlijker. Ik denk dat je daar vraagtekens bij kunt plaatsen. Concreet betekent dit plan dat er een akker verdwijnt, een plek waar al meer dan 145 jaar bos groeit deels golfbaan wordt, een andere open plek ingeplant wordt met bos. Ik denk dat je met wel wat betere argumenten moet komen om te kunnen stellen dat dit een meerwaarde voor natuur (of cultuurlandschap) oplevert. Ik denk dat je ook met argumenten kunt komen dat dit een vermindering van natuurwaarden oplevert.

Nader bekeken:

Akkers en open plekken kunnen een grote waarde voor de fauna uit de aangrenzende EHS/Natura2000 hebben. Recent onderzoek laat zien dat juist de wat rijkere (bemeste) akkers van essentieel belang zijn voor allerlei fauna in een anders schrale omgeving waar de nutrientenbalans door deposities ook nog eens verstoord is. Dit is niet 1 op 1 op deze situatie te plaatsen, maar is wel een indicatie dat 'hoe schraler hoe beter' niet vlaktegewijs het uitgangspunt moet zijn: www.natuurbericht.nl Akkers op deze plekken zou je dus moeten koesteren, niet alleen vanuit cultuurhistorisch perspectief (oude heideontginning), maar ook vanuit de natuurwaarden van dit perceel. Als er vraagtekens zijn bij de natuurlijkheid van het beheer van deze akker zou daar aandacht aan besteed kunnen worden (bloemrijke akkerranden, stalmest, geen pesticiden gebruiken e.d.). Dit levert veel meer natuurwaarden op dan de aanleg van een gofbaan ter plekke.


Wat het bos en de bomenrijen betreft zou ik persoonlijk toch een second opinion willen wat de vleermuizen betreft. In de oude beuken, maar ook onder bast van dode bomen in de bospercelen zullen zeker vleermuizen verblijven (dit wordt in het rapport overigens ook niet uitgesloten). Weliswaar blijven de oude beuken buiten schot bij de kap, maar de openheid die hier gaat ontstaan levert nogal een verandering op, ook voor deze potentiƫle verblijfplaatsen. Ook zou ik toch wat grondiger de vliegroutes van vleermuizen in dit gebied in kaart gebracht willen zien, of beter toegelicht. Tijdens inventarisaties voor dit rapport werden alleen maar fouragerende vleermuizen waargenomen. Het is een groot gebied. Voor het goed in kaart brengen van vliegroutes en verblijfplaatsen is misschien een grotere inzet nodig dan nu gedaan (het valt niet op te maken uit het rapport hoeveel mensen aan het aanvullende onderzoek hebben meegewerkt, ik neem aan dat het dan 1 persoon was zoals bij de verkennende veldonderzoek).

Ik mis verder in ieder geval dat er specifiek naar het voorkomen van boommarters in het bosperceel is gekeken. Er wordt wel gezegd dat er geen verblijfplaatsen van zoogdieren zijn aangetroffen, maar met een dergelijke zwaar beschermde soort die in dit gebied aanwezig is zou ik verwachten dat er een gerichte inventarisatie wordt beschreven. Die heeft mogelijk ook wel plaatsgevonden, maar dat lees ik niet expliciet in het rapport. Zo te zien zijn zoogdieren wel een specialisatie van de ecoloog.

Tot slot nog een opmerking over de inzet van expertise. Ondanks wat vraagtekens vind ik het wel een behoorlijk rapport. De ecoloog heeft zeker verstand van zaken. Wel is het zo dat elke ecoloog specialisaties heeft. Het verbaast mij dan dat alle inventarisaties door 1 ecoloog zijn uitgevoerd. Dagvlinders lijken dat in ieder geval niet te zijn in dit geval. Ik verwacht hier ook geen beschermde vlinders, maar de opmerking dat deze niet te verwachten zijn omdat er geen schrale, kruidenrijke vegetaties zijn (p22) klopt niet. Ook in andere vegetaties/biotopen zijn beschermde dagvlinders te vinden.

Ik stel voor dat je dit verhaal ook even bij de Wageningse KNNV voorlegt, die hebben bij uitstek kijk op de rond Wageningen voorkomende soorten: www.knnv.nl/wageningen Mocht je een plaatselijke vleermuisexpert willen raadplegen dan kan ik je wel een naam geven.

 

Jan ten Hoopen

8 juli 2015